Interview
Luc Binst legt Antwerpen op de grond
BRON WOOL & WIRE x BINST ARCHITECTS

Voor Luc Binst zijn interieur en architectuur onlosmakelijk met elkaar verbonden - conceptueel, altijd. Het is een overtuiging waar hij telkens op terugkomt: de kracht van het meubelobject versus de schil eromheen, en hoe die twee schalen, de schaal van een gebouw en de schaal van een object, zich tot elkaar verhouden.
Het is een wisselwerking die zijn hele oeuvre stuurt. Vanaf dag één - en ook vandaag nog - ontwerpt hij gebouwen die als een soort meubelobject in het landschap staan, en heeft hij omgekeerd gebouwen achteraf tot meubelobject gemaakt.
Zijn carrière begon, toepasselijk, met een interieuropdracht in Brussel. Drie objecten gaven het project meteen vorm: een grote stalen schuif, een lange balk als gelamineerde ligger, en een dikke sokkel in groen kunstgras, met uitgespaarde sleuven voor cassettes en videotapes, uitgerold als een tapijt. “Ik ben mijn carrière begonnen met meubelobjecten te ontwerpen, als een soort bouwinstallatie. En ik heb daar altijd mee blijven werken. Het sculpturale, het objectmatige, het conceptuele - zowel op de schaal van het meubel als op de schaal van het gebouw.”
Dat eerste project leverde hem als jonge architect twee volle pagina’s op in De Morgen, in 1999. Het werd zijn visitekaartje: hij solliciteerde ermee en werd meteen aangenomen. Dat hij decennia later van die eerste, geïmproviseerde mat naar een echte mat van Wool & Wire kan gaan, vindt hij fantastisch - de cirkel is rond.
Vraag hem hoe een ontwerp tot stand komt en het gesprek keert terug naar diezelfde notie van consequentie. Binnen het interieur, en binnen design in het algemeen, moeten zijn gebouwen altijd een vorm van vanzelfsprekendheid uitstralen, vindt hij. Een bepaalde stoerheid, een expressie. “Mijn architectuur moest er altijd staan. Het moet er staan.”
In de 27 jaar daarna is hij erin geslaagd dat vroege DNA op steeds grotere schaal toe te passen op gebouwen in België: het culturele, het objectmatige, de materialisering, de expressie, de dynamiek, de power. Kantoorgebouw Cordeel in Temse staat als een tafel boven het water, een kantoorvilla twintig meter boven de grond. Een woning in Bertem bij Leuven rust op vijf poten - “precies de Five Table van Lensvelt, een tafel met vijf poten” - met gewoon gras eronder.
“Die interactie tussen de schil eromheen en de gebouwen, dat vind ik heel interessant.”

Die manier van denken groeide tijdens zijn opleiding. Aan Sint-Lucas deed hij eerst een paar jaar Kunsthumaniora, om daarna voor architectuur te kiezen. Hij was in die jaren een groot bewonderaar van de Bauhaus-stijl, en een van de mooiste voorbeelden daarvan is voor hem nog altijd het Rietveld Schröderhuis in Utrecht. “Dat is fantastisch. Een van de meest iconische huizen van de jaren twintig.” Het vroege modernisme, een huis van inmiddels honderd jaar oud. “Als je daar binnenkomt, dan zijn exterieur en interieur één tafereel, één verhaal. Je zit precies in de aderen van Gerrit Rietveld of van Walter Gropius.”
Dat is precies wat hij in zijn eigen werk zoekt. Een gebouw moet als een maquette in het landschap staan, waarbij interieur en buitenschil één gegeven zijn, één storytelling.
“Als je daar binnenkomt, dan zijn exterieur en interieur één tafereel, één verhaal.”

Het is in die overtuiging dat de cirkel waar zijn lezing over gaat zich gaandeweg heeft gevormd. Bij het project Aequor, een eilandje met luxeappartementen, werd ook het tapijt in de hal mee ontworpen: een weergave van de lay-out van de achtergevel, het getrokken gaas van de slaapkamers. “Daaruit ben ik tapijten beginnen distilleren. Uit de grafische gevels, uit het grafische patroon van gevels, zijn we onderleggers gaan creëren om tapijten van te maken.”
En het is precies die beweging - een gebouw dat zich vertaalt in een tastbaar object - die zich nu voor het eerst tot een afgewerkt product sluit. Het tapijt dat hij voor Wool & Wire ontwierp, is volledig afgeleid van het Aequor-gebouw. “Een natuurlijke uitbreiding. Zoals een duimafdruk, of een knipoog naar dat gebouw.”
Het tapijt heet Antwerp - en daarin schuilt een mooie samenloop. Binst is een door en door Antwerpse ontwerper, het brongebouw staat in Antwerpen, en de mat zelf gaat in première op Antwerp Design Week. Een ontwerper die, heel letterlijk, Antwerpen op de grond legt.
Het adres binnen het evenement ziet hij als een belangrijke mijlpaal. Vroeger had je de Antwerpse Zes van de mode; nu stelt hij een bureau met 53 jaar geschiedenis voor - en hij is zelf ook 53. “Ik ben even oud als de geschiedenis van het kantoor. Dat is toeval, maar het voelt leuk.”
Of Antwerpen bekendstaat om zijn architectuur? “Ja, meer en meer.” De brug met design is daarbij belangrijk, net als het opdrachtwerk. En met Antwerp legt hij dat, heel letterlijk, op de grond.
“Dit is België. Dit is Antwerpen. Dit zijn wij. Luc Binst en Wool & Wire.”